Ken
High Score Hunter
Japan in een bierdop
Het is dit weekend Halloween in Japan, wat betekend dat de commercie rond dit feest in volle gang is en men druk kostuums uitzoekt om aan te trekken naar één van de vele feesten. Ik kreeg van de week een foto op mijn telefoon van Marilyn Monroe en nu zit er weer iemand in de trein met paars haar trots te vertellen dat iedereen haar aankijkt.
Ze schaamt zich er van de week nog kapot voor dat haar baas vertelde dat ze niet met korte mouwen naar het werk mocht komen, maar paars haar moet kunnen. Vind ik ook, al heb ik persoonlijk weinig tot niets met Halloween. Ik ben er niet mee opgegroeid en ik vind het altijd een beetje gemaakt om dan nu opeens de vrolijke Frans uit te gaan hangen. Net zoals kerst heb ik een beetje aversie tegen dit soort commerciële aangelegenheden. Net zoals ik het een slechte ontwikkeling vindt dat als het buiten dertig graden is de supermarkten al vol liggen met pepernoten.
Op het moment dat ik dit schrijf zit op de televisie een Japanse schone met een witte PSP te friemelen, winnen op het andere kanaal de Urawa Red Diamonds weer eens een wedstrijd en wordt de victorie van de Lotte Marines baseballploeg nog maar eens herhaalt. Het kampioenschap was eigenlijk na de eerste wedstrijd al beslist, toen de Hashin Tigers met tien punten verschil naar huis werden gestuurd. Baseball is echt groot in Japan en de stadions zitten dan ook elke week vol. Net als in de Verenigde Staten worden er minstens twee of drie wedstrijden per week achter elkaar gespeeld, waarna de ploeg weer naar een andere stad reist. Ook al zijn de afstanden in Japan eigenlijk nog wel te doen, men houdt graag dit Amerikaanse principe aan. Een wedstrijdje bezoeken is vrij fantastisch, al is het jammer dat de twee ploegen uit Tokyo het dit jaar niet zo best hebben gedaan. De Tokyo Giants is zo’n beetje de grootste ploeg van Japan, heeft de meeste titels op haar naam, maar was dit jaar behoorlijk slecht. De berichtgevingen in de krant blijven echter enigszins mild, omdat de eigenaar van de ‘Yomiuri’ Giants ook de eigenaar is van de krant. Daarentegen waren de Yakult Swallows dit jaar ook vrij kansloos, wat de stadsderby’s niet echt interessant maakte, maar eigenlijk doet dat er niet toe. Naar het honkbal gaan is een familie aangelegenheid, waar verassend veel vrouwen ook naar toegaan. De sfeer rond de wedstrijd is altijd erg relaxed en supporters van beide ploegen lopen en zitten rustig door elkaar. Er is wel een uitvak, maar dat komt omdat Japanse fans graag de gehele wedstrijd zingen. Dit heb je ook bij het wereldkampioenschap voetbal kunnen zien in 2002, waar negentig minuten lang uit volle borst de helden werden toegezongen. Bij het honkbal is het echter de ploeg die aan slag is waar de fans van liederen ten gehore mogen brengen. De buitenwereld was zo verbaasd over de knappe choreografie van de Japanse fans. Dit komt omdat elke club een paar mensen in dienst heeft die, getooid in clubtenue en handschoentjes, de liederen inzetten, de vlaggen symmetrisch hanteren en op de trompet de tegenpartij half doof blaast.
De mannen staan op omloop van het Tokyo Dome stadion voor de het plasmascherm een sigaretje te doen, omdat er binnen niet gerookt mag worden. Kleine grietjes racen de trappen op en af met een gevulde bierton op hun rug, om de bezoeker van de noodzakelijke alcoholische versnapering te voorzien. Onderaan de trap maken zij een buiging, steken zij hun hand op en rennen ze naar boven. In Japan wordt erg veel alcohol gedronken en kijk niet vreemd op als om twaalf uur ’s middags er bij de sushi een halve liter Sapporo of Asahi bier op tafel wordt gezet. Toen ik gisteren naar de nachtvoorstelling van de film Domino ging, lag het station van Shinjuku vol met salary men die te diep in het glaasje hadden gekeken. Ook in de erg drukke laatste Yamanote line trein zat er een man, overigens keurig in pak, in de hoek op zijn hurken naar de grond te staren. Bij aankomst in Shinjuku staat op hetzelfde perron de laatste Chuo line trein op het punt te vertekken. Ik heb sinds ik hier ben nog nooit zo’n volle trein gezien. Voor het eerst zag ik ook mannen met handschoentjes en pet de mensen het laatste duwtje geven. Onmogelijke centimeters worden bezet en men duikt er letterlijk tussen. Als de deuren dichtgaan zie ik een man met zijn wang tegen het beslagen raam aangedrukt. Hij rijdt tenminste op tijd, laten we maar zeggen. Ik zie twee vrienden gebroederlijk knock out naast hun uitwerpselen liggen, een als kever verklede gozer rent naar zijn laatste trein en de zwervers van Kabukicho zoeken rustig hun plekje op. Het is alweer negen maanden geleden dat ik in Tokyo aankwam en toch weten de mensen mij hier nog te verbazen. Gelukkig kan ik regelmatig met een glimlach verder wandelen, de ipod aanzwengelen en onder het genot van keiharde muziek als bevoorrecht man de lucht van Tokyo nog eens diep inademen.
Het is dit weekend Halloween in Japan, wat betekend dat de commercie rond dit feest in volle gang is en men druk kostuums uitzoekt om aan te trekken naar één van de vele feesten. Ik kreeg van de week een foto op mijn telefoon van Marilyn Monroe en nu zit er weer iemand in de trein met paars haar trots te vertellen dat iedereen haar aankijkt.
Ze schaamt zich er van de week nog kapot voor dat haar baas vertelde dat ze niet met korte mouwen naar het werk mocht komen, maar paars haar moet kunnen. Vind ik ook, al heb ik persoonlijk weinig tot niets met Halloween. Ik ben er niet mee opgegroeid en ik vind het altijd een beetje gemaakt om dan nu opeens de vrolijke Frans uit te gaan hangen. Net zoals kerst heb ik een beetje aversie tegen dit soort commerciële aangelegenheden. Net zoals ik het een slechte ontwikkeling vindt dat als het buiten dertig graden is de supermarkten al vol liggen met pepernoten.
Op het moment dat ik dit schrijf zit op de televisie een Japanse schone met een witte PSP te friemelen, winnen op het andere kanaal de Urawa Red Diamonds weer eens een wedstrijd en wordt de victorie van de Lotte Marines baseballploeg nog maar eens herhaalt. Het kampioenschap was eigenlijk na de eerste wedstrijd al beslist, toen de Hashin Tigers met tien punten verschil naar huis werden gestuurd. Baseball is echt groot in Japan en de stadions zitten dan ook elke week vol. Net als in de Verenigde Staten worden er minstens twee of drie wedstrijden per week achter elkaar gespeeld, waarna de ploeg weer naar een andere stad reist. Ook al zijn de afstanden in Japan eigenlijk nog wel te doen, men houdt graag dit Amerikaanse principe aan. Een wedstrijdje bezoeken is vrij fantastisch, al is het jammer dat de twee ploegen uit Tokyo het dit jaar niet zo best hebben gedaan. De Tokyo Giants is zo’n beetje de grootste ploeg van Japan, heeft de meeste titels op haar naam, maar was dit jaar behoorlijk slecht. De berichtgevingen in de krant blijven echter enigszins mild, omdat de eigenaar van de ‘Yomiuri’ Giants ook de eigenaar is van de krant. Daarentegen waren de Yakult Swallows dit jaar ook vrij kansloos, wat de stadsderby’s niet echt interessant maakte, maar eigenlijk doet dat er niet toe. Naar het honkbal gaan is een familie aangelegenheid, waar verassend veel vrouwen ook naar toegaan. De sfeer rond de wedstrijd is altijd erg relaxed en supporters van beide ploegen lopen en zitten rustig door elkaar. Er is wel een uitvak, maar dat komt omdat Japanse fans graag de gehele wedstrijd zingen. Dit heb je ook bij het wereldkampioenschap voetbal kunnen zien in 2002, waar negentig minuten lang uit volle borst de helden werden toegezongen. Bij het honkbal is het echter de ploeg die aan slag is waar de fans van liederen ten gehore mogen brengen. De buitenwereld was zo verbaasd over de knappe choreografie van de Japanse fans. Dit komt omdat elke club een paar mensen in dienst heeft die, getooid in clubtenue en handschoentjes, de liederen inzetten, de vlaggen symmetrisch hanteren en op de trompet de tegenpartij half doof blaast.
De mannen staan op omloop van het Tokyo Dome stadion voor de het plasmascherm een sigaretje te doen, omdat er binnen niet gerookt mag worden. Kleine grietjes racen de trappen op en af met een gevulde bierton op hun rug, om de bezoeker van de noodzakelijke alcoholische versnapering te voorzien. Onderaan de trap maken zij een buiging, steken zij hun hand op en rennen ze naar boven. In Japan wordt erg veel alcohol gedronken en kijk niet vreemd op als om twaalf uur ’s middags er bij de sushi een halve liter Sapporo of Asahi bier op tafel wordt gezet. Toen ik gisteren naar de nachtvoorstelling van de film Domino ging, lag het station van Shinjuku vol met salary men die te diep in het glaasje hadden gekeken. Ook in de erg drukke laatste Yamanote line trein zat er een man, overigens keurig in pak, in de hoek op zijn hurken naar de grond te staren. Bij aankomst in Shinjuku staat op hetzelfde perron de laatste Chuo line trein op het punt te vertekken. Ik heb sinds ik hier ben nog nooit zo’n volle trein gezien. Voor het eerst zag ik ook mannen met handschoentjes en pet de mensen het laatste duwtje geven. Onmogelijke centimeters worden bezet en men duikt er letterlijk tussen. Als de deuren dichtgaan zie ik een man met zijn wang tegen het beslagen raam aangedrukt. Hij rijdt tenminste op tijd, laten we maar zeggen. Ik zie twee vrienden gebroederlijk knock out naast hun uitwerpselen liggen, een als kever verklede gozer rent naar zijn laatste trein en de zwervers van Kabukicho zoeken rustig hun plekje op. Het is alweer negen maanden geleden dat ik in Tokyo aankwam en toch weten de mensen mij hier nog te verbazen. Gelukkig kan ik regelmatig met een glimlach verder wandelen, de ipod aanzwengelen en onder het genot van keiharde muziek als bevoorrecht man de lucht van Tokyo nog eens diep inademen.